‘Je moet naar Eefde komen, want er is een deur naar beneden gevallen', hoort Sander Wels zodra hij 3 januari midden in de nacht de telefoon heeft opgenomen. Dat kan niet, bestaat niet, is zijn eerste gedachte. Zou de deur geleidelijk naar beneden zijn gezakt? Maar de collega aan de andere kant is duidelijk geëmotioneerd: ‘Sander, je moet écht komen.'